Hoe herken je huiselijk geweld?

Verschillende soorten letsel en/of gedrag kunnen een gevolg zijn van huiselijk geweld. Het is belangrijk om signalen die je de indruk geven dat er sprake is van huiselijk geweld serieus te nemen. Ook als een cliënt of patiënt er niet over praat, kunnen er ‘alarmbellen’ gaan rinkelen. Als je huiselijk geweld vermoedt is het belangrijk dit gevoel serieus te nemen. Waarschijnlijk reageer je bewust of onbewust op een signaal. Er zijn meerdere signalen waar je als professionals alert op kunt zijn.

 Uiterlijke signalen:

  • herhaalde verwondingen: zoals blauwe plekken, snijwonden, bijtwonden, hoofdwonden, kneuzingen, fracturen (net name neus, pijpbeenderen, ribben);
  • ontwrichtingen (met name kaak en schouder);
  • brandwonden;
  • verlies van tanden;
  • schedelletsel en genitale beschadigingen.

Als je op basis van uiterlijke signalen vermoedt dat er sprake is van huiselijk geweld, bekijk de cliënt dan goed en documenteer dit. Ben je arts of verpleegkundige?  Deze informatie kan een slachtoffer later helpen bij het doen van aangifte. Neem de volgende informatie op:

  • ziet het letsel er gebruikelijk uit;
  • wanneer is het letsel opgelopen;
  • klopt het uiterlijk van de verwondingen met de opgegeven ouderdom;
  • welke verklaring wordt voor het letsel gegeven;
  • klopt die verklaring met de aard en de plaats van de verwondingen.

 Signalen op psychosomatisch/psychiatrisch gebied:

  • depressiviteit;
  • trillen;
  • vaak hoofdpijn of maagpijn;
  • vermoeidheid;
  • angst;
  • slaapstoornissen;
  • hyperventilatie, hartkloppingen.

Gedragsmatige signalen:

  • een onderdanige houding;
  • onzeker, een negatief zelfbeeld;
  • geen lichamelijk onderzoek willen;
  • onduidelijke hulpvragen;
  • schrikachtig
  • vrouwen die altijd vergezeld zijn van hun partner zijn en/of consulten op het laatste moment afzeggen;
  • praten in termen van 'ik mag niet van mijn man';
  • relatie- en seksuele problemen;
  • verslavingen;
  • moeite met oogcontact;
  • afspraken steeds uitstellen;
  • onderdrukken van emoties, moeite met huilen;
  • afgeven van tegenstrijdige boodschappen;
  • niet over eigen geld (mogen) beschikken;
  • sociaal isolement, weinig contacten buitenshuis;
  • schuldgevoelens.

Signalen bij kinderen:

  • heel stil of juist heel druk zijn;
  • geen vriendjes hebben;  
  • leer- en concentratieproblemen op school;
  • lichamelijke klachten.
...als je dat jongetje steeds weer hoort gillen